Ethiek: Hoe vul ik de ethische vragenlijst in voor een BOF- of IOF-aanvraag?

Deze richtlijnen zijn bedoeld om aanvragers van BOF en IOF financiering te helpen bij het invullen van hun ethische vragenlijst (zie de bijlage onderaan deze bladzijde). Het spreekt vanzelf dat je onderzoek altijd moet voldoen aan alle toepasselijke EU, (inter)nationale wetten en voorschriften en aan het institutionele beleid van de UGent. Meer informatie over het ethisch beleid van de universiteit vind je op onze website, met onder meer links naar de verschillende ethische commissies aan de UGent.

A. De ethische goedkeuringsprocedure van het BOF

De aanvraagformulieren voor alle financieringsprogramma's van het BOF (en IOF) bevatten een onderdeel met de titel 'Ethiek'. Dit onderdeel bevat een vragenlijst met betrekking tot ethische aspecten van het voorgestelde onderzoeksonderwerp, de methodologie en mogelijke toepassingen.

Tijdens de beoordelingsfase evalueert het panel dat verantwoordelijk is voor de beoordeling van uw aanvraag de ingediende ethische vragenlijst. Het kan dan eventueel aangeven dat ethisch advies nodig is. Het kan ook, voor specifieke ethische aspecten, bezorgdheden, advies, en preventieve en/of corrigerende maatregelen formuleren.

Indien financiering is toegekend en een ethische goedkeuring verplicht (als zodanig vermeld in de vragenlijst) of aanbevolen is, moet je je aanvraag indienen bij de ethische commissie die bevoegd is voor het beoogde type onderzoek.

Ethisch gevoelige projectactiviteiten mogen in geen geval worden gestart voordat alle vereiste goedkeuringen zijn verkregen van de ethische commissie(s) en, indien van toepassing, van andere regelgevende instanties. Indien zich tijdens de uitvoering van het project nieuwe risico's voordoen die niet onder de oorspronkelijke aanvraag vallen, kan aanvullende ethische goedkeuring vereist zijn.

Het BOF kan verzoeken om een bewijs van de ethische goedkeuring. Goedkeuringen kunnen op elk moment tijdens de projectperiode en tot vijf jaar na het einde van het project worden aangevraagd.

 

B. Ethische vragenlijst

1. Menselijke embryo's en foetussen

Deze rubriek heeft betrekking op onderzoek op menselijke embryo's en foetussen, met inbegrip van menselijke embryonale stamcellen (human embryonic stem cells of hESC's).

Wat wordt gevraagd?

Als je één van de vakjes hebt aangevinkt, moet je je voorstel indienen bij de Commissie voor Medische Ethiek, zodra je aanvraag voor financiering is goedgekeurd. Het project kan pas van start gaan als de commissie formeel een ethische goedkeuring voor het project heeft gegeven.

Als je het vakje bij vraag 2 hebt aangevinkt, moeten onderzoeksprojecten waarbij menselijke embryo's in vitro worden gebruikt, bovendien bijkomend worden goedgekeurd door de Federale Commissie voor Medisch en Wetenschappelijk Onderzoek op Embryo's in Vitro.

Verdere informatie

De Belgische wet inzake onderzoek met embryo's in vitro staat in beginsel alle soorten onderzoek toe die gericht zijn op therapeutische doeleinden en op vergroting van de medische kennis. Dit omvat onderzoek voor germline en somatische gentherapie, therapeutisch klonen, en studies die de ontwikkeling van menselijke embryonale stamcellijnen mogelijk kunnen maken uit embryo's die speciaal voor onderzoek zijn gecreëerd, door middel van somatische celkerntransplantatie of uit restembryo's die bij in-vitrofertilisatie zijn ontstaan en niet zijn geïmplanteerd. Het creëren van menselijke embryo's voor onderzoeksdoeleinden is alleen onder strikte voorwaarden toegestaan.

Je dient er rekening mee te houden dat je de vrije en volledig geïnformeerde toestemming van de donor moet verkrijgen. De persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer van de donoren van embryo's voor het afleiden van de cellen moeten worden beschermd en er mogen geen financiële prikkels worden gegeven voor het doneren van embryo's.

Activiteiten die wettelijk verboden zijn in België zijn:

  • onderzoeksactiviteiten die gericht zijn op het klonen van mensen voor reproductieve doeleinden;
  • geslachtsselectie om niet-medische redenen;
  • eugenetische praktijken: activiteiten die tot doel hebben het genetisch materiaal van de mens te wijzigen.

 

2. Mensen

Deze rubriek heeft betrekking op alle onderzoek waarbij menselijke studiedeelnemers betrokken zijn, ongeacht de aard of het onderwerp. Het kan gaan om: (invasieve of niet-invasieve) verzameling van biologische monsters, medische interventies, verzamelen van persoonsgegevens, interviews, observaties, traceren, secundair gebruik van informatie die voor andere doeleinden is verzameld, officieel verzamelde informatie, informatie afkomstig van sociale mediasites, enz. Afdeling 4 over 'Persoonsgegevens' kan eveneens van toepassing zijn.

Wat wordt gevraagd?

Als je vakje 1.a, 1.b, 1.c of 1.d hebt aangekruist, moet je er rekening mee houden dat niet voor elk onderzoek waarbij menselijke deelnemers betrokken zijn, een ethische goedkeuring moet worden aangevraagd. Het tijdschrift waarin je de resultaten van je onderzoek wilt publiceren, kan je echter wel vragen om een ethische goedkeuring te overleggen. Daarom kan het raadzaam zijn om toch al voor de start van het project ethische goedkeuring te vragen aan de bevoegde ethische commissie. Een overzicht van de ethische commissies aan de Universiteit Gent vind je op onze website.

Als je vakje 1.e, 1.f of 2 hebt aangekruist, moet je je voorstel aan de Commissie voor Medische Ethiek voorleggen zodra je aanvraag voor financiering is goedgekeurd. Het project kan pas van start gaan als de commissie formeel een ethische goedkeuring voor het project heeft gegeven.

Je moet te allen tijde zorgen voor respect voor mensen en voor de menselijke waardigheid en trachten te zorgen voor een eerlijke verdeling van de baten en lasten van het onderzoek. Je moet de gezondheid, rechten en belangen van de deelnemers aan het onderzoek beschermen en ervoor zorgen dat je onderzoeksmethodes niet leiden tot discriminerende praktijken of oneerlijke behandeling. Bovendien moet je de vrije en volledig geïnformeerde toestemming van de deelnemers aan het onderzoek verkrijgen.

Als je enquêtes, interviews of focusgroepen uitvoert waarbij persoonlijke informatie wordt verzameld en opgeslagen, moet je ook aandacht besteden aan privacy, de bescherming van persoonsgegevens en het welzijn en de veiligheid van de deelnemers. Als je klinische proeven uitvoert, vind je meer informatie over juridische en ethische overwegingen op de website van het Health, Innovation and Research Institute van het UZ Gent (HIRUZ).

 

3. Menselijke cellen en weefsels

Deze rubriek heeft betrekking op onderzoek waarbij menselijke cellen of weefsels worden verzameld, geproduceerd of gebruikt. Deze cellen of weefsels kunnen worden aangekocht bij commerciële bronnen of worden verkregen/afgeleid als onderdeel van uw onderzoeksproject, van een ander onderzoeksproject, laboratorium of onderzoeksinstelling of van een biobank. 

Wat wordt gevraagd?

Als je een van de vakjes hebt aangevinkt, moet je je voorstel indienen bij de Commissie voor Medische Ethiek, zodra je aanvraag voor financiering is goedgekeurd. Het project kan pas van start gaan als de commissie formeel een ethische goedkeuring voor het project heeft gegeven. Bovendien moet je de herkomst bijhouden van de cellen en weefsels die je gebruikt, produceert of verzamelt en moet je beschikken over de vrije en volledig geïnformeerde toestemming van de donoren.

Afgezien van de ethische aspecten gelden voor het werken met cellen en weefsels van menselijke oorsprong specifieke regels en (veiligheids)voorzorgsmaatregelen: 

  • Zorg ervoor dat je de nodige erkenning/toewijzing/machtiging/vergunning bezit of verkrijgt voor het gebruiken, produceren of verzamelen van de cellen of weefsels (bv. met betrekking tot de selectie/bescherming van donoren; erkenning, aanwijzing, machtiging of vergunning van weefselinstellingen en preparatietechnieken voor weefsels en cellen; kwaliteitsbeheer van cellen en weefsels; verkrijging, bewerking, etikettering, verpakking, distributie, traceerbaarheid, en in- en uitvoer van cellen en weefsels uit en naar derde landen).
  • Zorg ervoor dat cellen/weefsels veilig zijn (gescreend op besmettelijke deeltjes) en dat laboratoriumpersoneel naar behoren wordt beschermd (door de juiste apparatuur, vaccinatie, ...).

Opslag en secundair gebruik van menselijk lichaamsmateriaal

Menselijke cellen of weefsels die in een onderzoeksproject of uit de klinische praktijk zijn verkregen, moeten vergezeld gaan van de geïnformeerde toestemming van de donor voor het gebruik van de cellen of weefsels. De toestemming kan betrekking hebben op specifiek onderzoek of, in het algemeen, op elk secundair gebruik of het bewaren van het materiaal voor toekomstig onderzoek. De geïnformeerde toestemming van een specifieke donor is vereist voor het gebruik of het bewaren van menselijke cellen of weefsels voor genetische tests, en voor het verzamelen van aanvullend materiaal of aanvullende gegevens.

Als je onderzoeksproject gepaard gaat met de overdracht van cellen en weefsels van/naar niet-EU-landen, moet je voldoen aan de specifieke bepalingen inzake invoer/uitvoer (zie ook 'internationale samenwerking'). Aangezien het bij menselijke cellen en weefsels om persoonsgegevens gaat, moet je bovendien de voorschriften inzake gegevensoverdracht naar niet-EU-landen in acht nemen.

Menselijk lichaamsmateriaal dat bestemd is voor toekomstig onderzoek, moet worden opgeslagen in een gevestigde biobank of doet de verplichting ontstaan om de opslag als biobank te registreren. Er mogen geen monsters/gegevens in een biobank worden geregistreerd/geplaatst voordat alle passende toestemmingen en ethische goedkeuringen zijn verkregen en er procedures zijn ingesteld om de privacy van de gegevens te waarborgen. Zie onze webpagina over biobanken voor meer informatie.

 

4. Persoonsgegevens

Dit deel heeft betrekking op onderzoek waarbij persoonsgegevens worden verwerkt, ongeacht de gebruikte methode (bv. interviews, vragenlijsten, direct online opvragen, secundair gebruik van persoonsgegevens). Voor het aspect 'verzamelen van persoonsgegevens' kan ook afdeling 2 over 'Mensen' van toepassing zijn.

Onder 'persoonsgegevens' wordt verstaan informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke levende persoon. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan bijzondere categorieën van persoonsgegevens (gevoelige gegevens).

Onder 'verwerking van persoonsgegevens' wordt elke bewerking (of elk geheel van bewerkingen) van persoonsgegevens verstaan, hetzij handmatig, hetzij automatisch.

Wat wordt gevraagd?

Als u het vakje heeft aangevinkt, is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing op je onderzoek. Deze wetgeving vereist dat alle verwerkingsactiviteiten aan de UGent geregistreerd worden in het GDPR-register. De registratie moet gebeuren bij de start van elk nieuw onderzoeksproject waar persoonsgegevens worden verwerkt (of de fase in het project waar persoonsgegevens worden verwerkt), en dit vóór de start van de eigenlijke gegevensverzameling/-verwerking. Onderzoekers van de UGent kunnen hun verwerkingsactiviteiten registreren in DMPonline.be tijdens het opstellen van hun datamanagementplan. Bekijk deze onderzoekstip voor meer informatie over het registreren van verwerkingsactiviteiten van persoonsgegevens.

Persoonsgegevens moeten worden verwerkt in overeenstemming met voorwaarden die erop gericht zijn om eventuele negatieve gevolgen voor de betrokkenen te beperken en om de eerlijkheid, transparantie en controleerbaarheid van de gegevensverwerking, nauwkeurigheid en vertrouwelijkheid te waarborgen. Daarom is het belangrijk om tijdens de ontwerpfase van uw onderzoeksproject grondig te overwegen en te beschrijven hoe het verzamelen en/of verwerken van persoonsgegevens zal worden aangepakt (privacy by design).

Meer informatie over hoe je in de verschillende fasen van uw onderzoek aan de GDPR kan voldoen, vind je op onze website. Specifieke vragen over de toepassing van de privacywetgeving kan je richten aan privacy@ugent.be.

 

5. Dieren

Dit deel heeft betrekking op alle onderzoek met gewervelde dieren en koppotigen (zoals inktvissen), zich zelfstandig voedende larvale vormen, foetale vormen van zoogdieren, hetzij in het laatste trimester van hun normale prenatale ontwikkeling, hetzij ook in vroegere stadia indien de experimenten gevolgen hebben in latere ontwikkelingsstadia en in het leven na de bevalling.

Wat wordt gevraagd?

Als je vakje 1.a hebt aangekruist, moet je op het moment van indiening van je voorstel voor financiering een ethische goedkeuring hebben verkregen. Als je vakje 1.b, 1.c of 1.d hebt aangekruist, moet je je voorstel indienen bij de ethische commissie die bevoegd is voor je faculteit, zodra je aanvraag voor financiering is goedgekeurd. Het project kan pas van start gaan na de formele goedkeuring ervan door de ethische commissie. Gelieve je voorstel in te dienen bij een van de volgende ethische commissies: 

Je moet, waar mogelijk, alternatieven zoeken voor het gebruik van dieren en de drie V's (vervanging, vermindering en verfijning) toepassen. Als dierproeven nodig zijn om je wetenschappelijke doelen te bereiken, moet je zorgen voor respect voor de dieren en dierenwelzijn gedurende hun hele levenscyclus.

Naast ethische aspecten zijn dierproeven onderworpen aan specifieke regels (waaronder vergunningen, beperkingen op het gebruik van bepaalde diersoorten, normen voor hanteringsprocedures, minimum(opleidings)eisen voor personeel, registratie en traceerbaarheid, verzorging, huisvesting en in- en uitvoer uit en naar derde landen). Zorg ervoor dat je in het bezit bent van alle relevante nationale toelatingen/vergunningen voor het experimenteren, produceren, fokken en aankopen van de betrokken diersoorten en dat je voldoet aan het institutionele beleid en de toepasselijke internationale, EU- en nationale wetgeving.

Raadpleeg onze website voor meer informatie.

 

6. Access & Benefit-Sharing en het Nagoya-protocol 

Dit deel heeft betrekking op alle onderzoek waarbij genetische rijkdommen en/of traditionele kennis gerelateerd aan genetische rijkdommen betrokken zijn, zoals bedoeld in het Nagoya-protocol en de daarmee samenhangende EU-wetgeving.

In de wetgeving inzake 'Access & Benefit-Sharing' (toegang en batenverdeling), meer bepaald in de aan het Nagoya-protocol gerelateerde EU-wetgeving, worden 'genetische rijkdommen' gedefinieerd als 'al het materiaal van plantaardige, dierlijke, microbiële of andere oorsprong dat functionele eenheden van erfelijkheid bevat en dat feitelijk of potentieel waardevol is'. Traditionele kennis geassocieerde met genetische rijkdommen' betekent 'kennis waarover een inheemse of lokale gemeenschap beschikt en die relevant is voor het gebruik van genetische rijkdommen'.

Als u het vakje hebt aangevinkt, moet je voldoen aan het Nagoya-protocol en EU-verordening 511/2014 voordat je toegang krijgt tot de rijkdommen.

Wat wordt gevraagd?

Je moet de voorwaarden voor toegang tot de genetische rijkdommen en/of de geassocieerde traditionele kennis in het land van oorsprong onderzoeken. De toegang kan vrij zijn, of worden toegestaan op voorwaarde van kennisgeving aan de bevoegde nationale autoriteit (Competent National Authority of CNA) van het land. Vaak moet voorafgaand aan de toegang tot en het gebruik van de genetische rijkdommen of geassocieerde traditionele kennis een 'voorafgaande geïnformeerde toestemming' (‘Prior Informed Consent of PIC) worden verkregen van de bevoegde nationale autoriteit in het land van oorsprong. Over de voorwaarden voor het gebruik en de verdeling van de voordelen moet worden onderhandeld; ze moeten worden vastgelegd in 'onderling overeengekomen voorwaarden' (Mutually Agreed Terms of MAT). 

Als zodanig is de uiterste datum voor naleving niet de startdatum van uw project, maar de startdatum van de toegang tot het materiaal (bemonstering, invoer, ...). Onderzoek van de wetgeving van het land inzake toegang en batenverdeling (ABS), contact opnemen met het land en onderhandelen over de voorwaarden kunnen tijd vergen. Een vroegtijdige start van dit proces is dus gunstig voor uw project.

Onderzoekers zijn wettelijk verplicht het Nagoya-protocol na te leven. Voor EU-burgers geeft Verordening (EU) 511/2014 nadere invulling aan de regels voor naleving. Het protocol is alleen van toepassing op genetische rijkdommen en daarmee geassocieerde traditionele kennis die toegankelijk zijn 1) uit een land dat partij is bij het Nagoya-protocol en dat beschikt over wetgeving inzake toegang en batenverdeling (ABS) en 2) met het oog op het eerder vaag omschreven 'gebruik' van genetische rijkdommen, verkregen op of na 12 oktober 2014. Het protocol is van toepassing op zowel degenen die genetische rijkdommen rechtstreeks van het land van oorsprong verkrijgen als op degenen die deze onrechtstreeks van derden verkrijgen, maar is niet van toepassing op menselijke genetische rijkdommen, genetische rijkdommen die reeds onder gespecialiseerde internationale instrumenten vallen (bijvoorbeeld het Internationaal Verdrag inzake Plantgenetische Bronnen voor Voedsel en Landbouw, ITPGRFA), noch op genetische rijkdommen die als verhandelde verbruiksgoederen worden gebruikt.

Raadpleeg onze website voor meer informatie. U kunt alternatief of bijkomend http://nagoya.vlir.be/ raadplegen voor de checklist om te bepalen of het Nagoya-protocol van toepassing is op het materiaal en meer informatie te krijgen over de te volgen procedure, indien van toepassing.

Als tastbaar materiaal grensoverschrijdend wordt overgedragen, kan het volgens de wetgeving van het leverende en/of ontvangende land verplicht zijn een vergunning voor uitvoer, respectievelijk invoer te verkrijgen.

7. Internationale samenwerking

Dit deel heeft betrekking op onderzoek waarbij niet-EU-landen betrokken zijn. Onderzoek in landen die niet onder de Belgische of Europese wetten en normen vallen (met inbegrip van onderzoeksactiviteiten, deelnemers, geïmporteerde/geëxporteerde middelen) kan specifieke ethische vragen oproepen (vooral in lagere en lagere-middeninkomenslanden), zoals:

  • uitbuiting van onderzoeksdeelnemers;
  • risico's voor deelnemers en onderzoekers;
  • exploitatie van plaatselijke hulpbronnen;
  • onderzoek dat beperkt of verboden is in de EU (ethische dumping).

Wat wordt gevraagd?

Bij het verkrijgen van toegang tot of het vervoeren van lokale hulpbronnen (bijv. dierlijke en/of menselijke weefselmonsters, genetisch materiaal, levende dieren, menselijke resten, materiaal van historische waarde, stalen van bedreigde fauna of flora) uit welk land dan ook, dien je je te houden aan alle relevante (inter)nationale wetgeving. Dit omvat vaak onderzoeksvergunningen, wetgeving inzake toegang en batenverdeling (ABS; zie hierboven), en lokale samenwerkingsverbanden. Indien tastbare materialen over de grens worden gebracht, kan het volgens de wetgeving van het leverende en/of ontvangende land verplicht zijn om een vergunning voor uitvoer, respectievelijk invoer te verkrijgen.

Bij elk gebruik van lokale hulpbronnen moeten de biologische diversiteit en de culturele tradities worden gerespecteerd en moeten de voordelen worden gedeeld (d.w.z. de voordelen voor de lokale deelnemers en hun gemeenschappen, de betrokkenheid van lokale onderzoekers als gelijkwaardige partners en het inspelen op lokale onderzoeksbehoeften). Dit is met name van belang voor landen met een laag inkomen en landen met een lager middeninkomen (zie de Global code of conduct for research in resource-poor settings).

Een noot over ethische dumping

Ethische dumping, of de export van onethische onderzoekspraktijken naar lage- en middeninkomenslanden, waar de wetgeving of het toezicht op de naleving (veel) minder streng kan zijn, kan doelbewust, opzettelijk of zelfs buiten medeweten van de verantwoordelijke van een onderzoeksproject plaatsvinden. Het voorkomen van ethische dumping is uiteraard een ethisch belangrijke kwestie.

Daarom moeten ethisch gevoelige activiteiten zowel voldoen aan de wettelijke verplichtingen in het betrokken niet-EU-land, als aan degene die in België van kracht zijn. Een dubbele ethische verificatieprocedure wordt ten zeerste aanbevolen voor onderzoek in niet-EU-landen. Onderzoeksactiviteiten in een niet-EU-land, waarvoor ethische goedkeuring vereist zou zijn indien ze in België werden uitgevoerd, mogen in geen geval worden aangevat vooraleer zowel in het niet-EU-land als aan de UGent toestemming is verkregen. Voor onderzoek in EU-landen volstaat de ethische goedkeuring in het land waar het onderzoek wordt uitgevoerd.

Wanneer mogelijk moet ethische goedkeuring worden verkregen in het niet-EU-land waar het project zal worden uitgevoerd. Voor klinische proeven en dierproeven moeten ter plaatse de nodige bestuursstructuren aanwezig zijn. Voor andere soorten onderzoek met menselijke deelnemers (bv. gedragswetenschappelijk of sociologisch onderzoek) kan ook institutionele, regionale of nationale toestemming (al dan niet door een ethische commissie) en/of toestemming op gemeenschapsniveau vereist zijn.

Tegelijkertijd moet de bevoegde ethische commissie van de UGent nagaan of het voorgestelde onderzoek in overeenstemming is met de fundamentele ethische beginselen en met de geest en de beginselen van de vigerende nationale/Europese regelgeving.

Indien één van de betrokken partijen van mening is dat er een risico bestaat op opportunistische verschuiving van ethisch ontoelaatbare, problematische of controversiële praktijken en/of indien onvoldoende kan worden gegarandeerd dat het onderzoek op een aanvaardbare wijze kan worden uitgevoerd, kan het voorgenomen onderzoek niet plaatsvinden met behulp van BOF- of IOF-financiering. Het verdient aanbeveling om onderzoek binnen de EU uit te voeren als er geen specifieke noodzaak is om het onderzoek buiten de EU uit te voeren.


 

8. Dual-use en militaire toepassingen

Deze rubriek heeft betrekking op onderzoek waarbij goederen, software, technologie of kennis voor tweeërlei gebruik betrokken zijn (Engels: 'dual use'). Deze worden normaliter voor civiele doeleinden gebruikt, maar kunnen geheel of gedeeltelijk een militaire toepassing hebben, en/of kunnen bijdragen tot de verspreiding van chemische, biologische of nucleaire massavernietigingswapens.

Wat wordt gevraagd?

Als je een van de vakjes hebt aangevinkt, moet je je ervan bewust zijn dat onderzoeksvoorstellen met mogelijke militaire toepassingen, of waarbij dual-use producten gebruik betrokken zijn, moeten voldoen aan het beleid van de UGent inzake dual-use onderzoek. Raadpleeg onze website in het Nederlands of Engels voor meer informatie over dit beleid. Onderzoeksvoorstellen met een uitsluitend militair karakter komen niet in aanmerking voor BOF-of IOF-financiering.

Er is een wettelijke verplichting om een uitvoervergunning aan te vragen als goederen, software of technische kennis die op de EU-controlelijst voor dual-use goederen staan, buiten de EU worden gedeeld, hetzij tijdens het onderzoek (bv. met onderzoekspartners), hetzij wanneer u de onderzoeksresultaten exploiteert. Kijk op onze website om te bepalen of je werkt met technologie die op de EU-lijst staat. Onder delen kan ook worden verstaan het publiceren van de onderzoeksresultaten in wetenschappelijke tijdschriften of papers of tijdens bezoeken aan het buitenland. Het Dual Use Contactpunt zorgt voor de administratie.

De volgende onderzoeken of activiteiten moeten worden gemeld bij het Dual Use Contactpunt van de UGent, met behulp van het Dual Use Meldingsformulier:

  • onderzoek of activiteiten met potentieel militaire toepassingen, d.w.z. waarbij het leger of partners die actief zijn in de defensie-industrie betrokken zijn, die gefinancierd worden door het leger of door partners die actief zijn in de defensie-industrie, en die nuttig zijn voor militaire doeleinden of voor de ontwikkeling of de aflevering van nucleaire, radiologische, chemische of biologische wapens;
  • het delen van goederen, software of technische kennis die op de EU-controlelijst voor dual use goederen staan, buiten de Europese Unie.

Het Dual Use Contactpunt gaat na of onderzoeksvoorstellen en/of samenwerkingsverbanden in overeenstemming zijn met de wettelijke verplichtingen en het dual use beleid van de universiteit.

Het is niet verplicht om voor elk dual use onderzoeksproject een ethische goedkeuring aan te vragen. Het tijdschrift waarin je de resultaten van je onderzoek wil publiceren, kan je echter wel vragen om een ethische goedkeuring voor te leggen. Daarom kan het raadzaam zijn om toch al voor de start van het project een ethische goedkeuring aan te vragen bij de Commissie Mensenrechtenbeleid en Dual Use Onderzoek. Dit doe je ook door je onderzoek te melden bij het Dual Use Contactpunt, met behulp van het Dual Use Meldingsformulier.

 

9. Misbruik en mensenrechten

Dit deel heeft betrekking op onderzoek en samenwerkingsverbanden die, hoewel uitgevoerd met goede bedoelingen, zouden kunnen worden misbruikt voor onethische doeleinden, of die schade zouden kunnen toebrengen aan mensen, mensenrechten, dieren of het milieu. Het heeft ook betrekking op samenwerkingsverbanden met partners die betrokken zijn bij ernstige of systematische schendingen van de mensenrechten.

Wat wordt gevraagd?

Als je vakje 1 hebt aangekruist, weet dan dat niet elke mogelijkheid tot misbruik (Engels: 'misuse') van de onderzoeksresultaten de verplichting tot het aanvragen van een ethische goedkeuring met zich meebrengt. Het tijdschrift waarin je de resultaten van je onderzoek wil publiceren, kan je echter vragen om een ethische goedkeuring voor te leggen. Daarom kan het raadzaam zijn om toch al voor de start van het project een ethische goedkeuring aan te vragen bij de bevoegde ethische commissie aan de UGent.

Om te voorkomen dat voordeel gehaald wordt uit mensenrechtenschendingen, worden samenwerkingen met externe partners onderworpen aan een mensenrechtentoets. Als het ernaar uitziet dat de activiteit, partner, sector of regio verband houdt met ernstige of systematische mensenrechtenschendingen, moet je vakje 2 aanvinken en de beoogde samenwerking voorleggen aan de Commissie Mensenrechtenbeleid en Dual Use Onderzoek. Beschrijf de samenwerking die je voor ogen hebt en welke aanwijzingen er zijn voor mogelijke mensenrechtenschendingen.

 

10. Milieu, gezondheid en veiligheid

Dit onderdeel heeft betrekking op onderzoek dat nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu en/of de fysieke en psychische gezondheid en veiligheid van de onderzoekers, de onderzoekspersonen en betrokken derden. Dit kan verband houden met het onderwerp, de experimentele opzet van het onderzoek en/of de onderzoekssetting en/of ongewenste neveneffecten van de gebruikte technologieën.

Wat wordt gevraagd?

De gezondheid en de fysieke en psychologische veiligheid van alle menselijke deelnemers aan onderzoek, zoals proefpersonen, onderzoekers of niet-betrokken derden, moeten te allen tijde een prioriteit zijn. Wees steeds attent op de gevolgen die geslacht, godsdienst, seksuele geaardheid, ras, etniciteit en handicap van de onderzoeker(s) kunnen hebben voor hun veiligheid, met name in bepaalde landen. Je moet ook potentiële risico's voor het milieu beoordelen en dergelijke risico's vermijden of tot een minimum beperken. Het personeel moet een adequate opleiding krijgen.

Onderzoek moet in overeenstemming zijn met de toepasselijke institutionele beleidslijnen, internationale, EU- en nationale wet- en regelgeving, met name het voorzorgsbeginsel en de wetgeving inzake natuurbehoud en de bestrijding van verontreiniging. Het voorzorgsbeginsel houdt in dat wanneer er aannemelijk wetenschappelijk bewijs is voor ernstige risico's, je moet beoordelen of een technologie al dan niet schade zal berokkenen aan de toekomstige gebruikers en/of het milieu.

De omgang met milieuschadelijke stoffen tijdens het onderzoek is onderworpen aan specifieke gezondheids- en veiligheidsvergunningen (bv. inzake vergunningverlening voor inrichtingen, aanschaf, verwerking, etikettering, verpakking, distributie, traceerbaarheid, controle op de volksgezondheid en in- en uitvoer van deze stoffen uit en naar derde landen). Dit geldt met name voor activiteiten, installaties of producten waarvoor vergunningen nodig zijn (ioniserende straling, radioactieve stoffen, farmaceutische producten, precursoren van geneesmiddelen, explosieven en hun precursoren, cyaniden, GGO's, pathogenen, ...). Zorg er ook voor dat je over de nodige milieuvergunningen beschikt voor het gebruik, de productie, de opslag en de verwijdering van stoffen en voer de nodige preventieve en curatieve controles en procedures en opleidingen op de werkplek uit.

 

11. Andere ethische kwesties

Het kan zijn dat je onderzoek nieuwe ethische vragen en bezorgdheden oproept die momenteel niet (volledig) door de ethische checklist worden gedekt. Het kan onder meer gaan om nieuwe ontwikkelingen op het gebied van neurobiologie, artificiële intelligentie, mens-machine-interactie, ontwikkelingen in de nanotechnologie, genetische verbetering, het creëren van androïden en cyborgs, ontwerp, productie, gebruik of bestuur van kunstmatige intelligentie, robots of 'autonome' technologie (bv. zelfrijdende auto's en drones, robots bij diepzee- en ruimteverkenning, robotwapensystemen, software-agenten, deep learning, ...).

Als je op de hoogte bent van dergelijke andere ethisch relevante kwesties die op je project van toepassing zijn, beschrijf ze dan en leg uit hoe je van plan bent ze aan te pakken. Zo kan je het expertenpanel waarschuwen en de juiste input krijgen voor je aanpak. Het kan ook problemen voorkomen die je zou ondervinden als dergelijke kwesties pas later aan het licht komen (bv. in het kader van publicatie-eisen of audits). Gebruik de methodologie 'ethiek door ontwerp'.


 

12. Afsluitende vragen

Misschien zijn er geen ethische kwesties van toepassing op je onderzoeksvoorstel. Als dat zo is, kan je dat aangeven. Als er daarentegen wel ethische kwesties van toepassing zijn op je onderzoek, moet je bevestigen dat je je zal houden aan alle wettelijke en institutionele ethische richtlijnen. Indien een ethische goedkeuring vereist is voor de start van het project of een bepaald werkpakket, geef dan aan welke ethische commissie je aanvraag zal behandelen.

 

 

 

 

Bijlagen

Bronvermelding

Translated tip


Laatst aangepast 5 juli 2021 13:41