Wetenschappelijke integriteit: ALLEA code - Europese Gedragscode voor Wetenschappelijke Integriteit

Je kan slides en informatie uit deze onderzoekstip gebruiken, rekening houdend met de voorwaarden zoals gesteld in volgende Creative Commons licentie: https://creativecommons.org/licenses/by-nc-sa/4.0/

De ALLEA-code

De Europese Gedragscode voor Wetenschappelijke Integriteit is in de onderzoeksgemeenschap beter bekend als de "ALLEA-code", eenvoudigweg omdat hij is opgesteld door All European Academies (ALLEA), de Europese Federatie van Academies van Wetenschappen en Geesteswetenschappen.

De ALLEA-code biedt een Europees alomvattend kader voor zelfregulering in alle wetenschappelijke disciplines en voor alle onderzoeksomgevingen. De code is opgezet als een leidraad om onderzoekers te helpen zich bewust te worden van hun professionele verantwoordelijkheid met betrekking tot de praktische, ethische en intellectuele uitdagingen die inherent zijn aan onderzoek. De code geeft vorm aan het theoretisch kader van wetenschappelijke integriteit door de onderliggende waarden (overtuigingen, idealen) in onderzoek te definiëren en stuurt de vertaling naar actiegerichte normen voor de dagelijkse onderzoekspraktijk. Op die manier definieert de code "Responsible Conduct of Research" (RCR).


De code werd oorspronkelijk gepubliceerd in 2011 en kreeg een eerste grote herziening in 2017. Voor de toekomst zullen regelmatiger (maar waarschijnlijk minder radicale) updates worden voorzien, te beginnen met één in 2021.


De code is niet alleen in het Engels vertaald, maar ook in 21 andere talen. Al deze talen kunnen hier worden geraadpleegd.

4 beginselen en vele normen

De code gaat uit van 4 hoofdbeginselen:

betrouwbaarheid bij het waarborgen van kwaliteit van het onderzoek, zoals deze tot uiting komt in het ontwerp, de methodologie, de analyse en het gebruik
van middelen;
eerlijkheid onderzoek moet op transparante, billijke, volledige en onbevooroordeelde wijze worden ontwikkeld, uitgevoerd, getoetst, gedocumenteerd en met anderen gedeeld;
respect voor collega's, deelnemers aan het onderzoek, de maatschappij, ecosystemen, cultureel erfgoed en het milieu;
verantwoordelijkheid voor het onderzoek van idee tot publicatie, voor het beheer en de organisatie ervan, voor opleiding, toezicht en mentorschap en de bredere impact van onderzoek.

De ALLEA-code beschrijft ook meer actiegerichte normen, gebaseerd op deze 4 waarden, gecategoriseerd als goede onderzoekspraktijken in de volgende contexten:

• onderzoeksomgeving;
• opleiding, toezicht en mentorschap;
• onderzoeksprocedures;
• waarborgen;
• gebruik en beheer van gegevens;
• samenwerking;
• publicatie en verspreiding;
• toetsing, evaluatie en redactie.

Er wordt aandacht besteed aan de verantwoordelijkheden van alle belanghebbenden. De code geeft ook voorbeelden van slechte onderzoekspraktijken (fraude: fabricatie, falsificatie en plagiaat) en een niet-uitputtende lijst van wat "andere onaanvaardbare praktijken" (AOP - in het Engels OUP) worden genoemd en hoe met deze schendingen moet worden omgegaan.

Verder dan de ALLEA-code

De Europese Commissie erkent de ALLEA-code als het referentiedocument voor wetenschappelijke integriteit voor alle door de EU gefinancierde onderzoekprojecten en als een model voor organisaties en onderzoekers in heel Europa. Het is dan ook dé leidende gedragscode voor Europa, maar hij wordt ook tot ver buiten Europa gebruikt.


In de afgelopen jaren hebben veel instellingen hun standpunten en beleid inzake wetenschappelijke integriteit kenbaar gemaakt. Om tot een uniforme en gedeelde visie op wetenschappelijke integriteit te komen, wordt om de twee jaar een Wereldconferentie over Wetenschappelijke Integriteit (in het Engels WCRI) georganiseerd, telkens rond een ander thema, bv. onderzoekssamenwerking, onderzoek(ers)beoordeling en evaluatie, ... . Voor elke conferentie werd een 'Statement' geformuleerd en onderschreven door de wereldwijde onderzoeksgemeenschap. Ga hier naar de verschillende statements.


Ook andere actoren in het veld, zoals disciplinaire organisaties, tijdschriften, faculteiten, ... hebben bijkomende richtlijnen opgesteld, die de ALLEA normen vertalen naar hun specifieke context, bv. in verband met het voorbeeld rond coauteurschap, ICMJE. Uiteraard dienen deze aanvullende richtlijnen te allen tijde in overeenstemming te zijn met de ALLEA code. Indien dit niet het geval is, is afstemming met de ALLEA-code primordiaal.


Een poging om het normatieve kader rond wetenschappelijke integriteit (richtlijnen, codes, wetgeving, standaarden, ...) in kaart te brengen is te vinden op het wiki-platform The Embassy of Good Science.

Meer tips

Translated tip


Laatst aangepast 11 oktober 2021 21:56